Het begrip kwartiermaken in relatie tot ervaringskennis en -deskundigheid richt zich op de rol van de samenleving. Wil een organisatie of gemeente werken met ervaringskennis en deze inzetten als een bron van kennis die gelijkwaardig is aan bijvoorbeeld onderzoekskennis? Kwartiermaken houdt dan in dat de organisatie zorgt dat er ruimte komt voor die ervaringskennis. Dat ze vormen waarin die ervaringskennis gehoord kan worden gaat voorbereiden en uitvoeren.

Met behulp van een verkenning kan de organisatie vaststellen of ze voldoende openstaat voor nieuwe kennisbronnen en diens vertegenwoordigers. Vervolgens gaat het om het toerusten van de organisatie. Waar gaat het bij kwartiermaken in de eigen organisatie om? Allereerst is er vaak een cultuuromslag nodig, en moeten de medewerkers ervaringskennis leren accepteren als gelijkwaardige bron. Vervolgens moet de organisatie zo ingericht worden dat mensen die ervaringskennis inbrengen gelijkwaardig kunnen samenwerken met de andere medewerkers. Dat kan alleen als bestuurders en management hier het voortouw in nemen. Het werkt het beste – en dit blijkt hét werkzame element van kwartiermaken te zijn – als de organisatie dat zelf actief aanpakt. Alle collega’s erbij betrekken, werkafspraken maken en de organisatievorm zo nodig bijstellen. Het is dan dus niet de taak van de ervaringsdeskundigen zelf om die kar te trekken. Kwartiermaken is iets voor beide partijen.

Noodzaak kwartiermaken – spanning bij inbreng van ervaringskennis

Waarom is de inzet en inbreng van ervaringskennis niet iets dat zonder slag of stoot gebeurt? Ervaringskennis als kennisbron is nieuw. Het staat – gezien de subjectieve aard – soms op gespannen voet met wetenschappelijke en professionele kennis. De inbreng van ervaringsdeskundigheid – vertegenwoordigd door ervaringsdeskundigen – roept soms ook door andere redenen spanning op. Ervaringsdeskundigen stellen met ervaringskennis bijvoorbeeld bestaande opvattingen over goede zorg, bestuur, beleid of machtsverhoudingen ter discussie. Het bieden van een stem aan ervaringen die pijnlijk, intens en schadelijk zijn geweest, kan daarnaast erg ongemakkelijk zijn.

Oorsprong van kwartiermaken

Kwartiermaken komt als begrip vanuit het leger: kwartiermakers verkennen de omgeving om een goede plek te bepalen, en creëren ruimte door de omgeving passend in te richten.

In het sociaal domein introduceerde Doortje Kal deze term in de jaren negentig om ruimte te maken voor kwetsbaarheid en de kracht van mensen met een psychiatrische kwetsbaarheid. Met kwartiermaken vraagt ze aandacht voor de rol van de samenleving. Mensen in de samenleving sluiten soms anderen buiten die ‘niet in het plaatje passen’, omdat zij zich geen raad weten met deze zogenaamde ander. Kwartiermaken doelt dus op het realiseren van een open houding voor dat nieuwe.

Zoals gezegd is ervaringskennis als bron ook relatief nieuw. Ervaringsdeskundigen vertolken die ervaringskennis. Zij bieden een stem aan mensen die iets ervaren hebben. Voor het werken met ervaringskennis en ervaringsdeskundigen is kwartiermaken nodig wanneer organisaties met ervaringsdeskundigen willen werken. Er zijn daarvoor handreikingen ontwikkeld die organisaties ondersteunen om naar een meer open houding toe te werken. Denk aan de handreiking Kwartiermaken voor ervaringsdeskundigen van Movisie, de handreiking Ervaringsdeskundigen inzetten van het Verwey-Jonker Instituut en de Generieke module ervaringsdeskundigheid. Het vraagt samenwerking met ervaringsdeskundigen om de organisatie en de medewerkers voor te bereiden op het werken met ervaringsdeskundigen.